SWR-meter en dummy load
Het primaire doel van een SWR-meter is het bepalen van de hoeveelheid gereflecteerd vermogen in een antennesysteem. De nauwkeurigheid van goedkope meters is relatief onbelangrijk en 10% is voldoende. Of de SWR nu 1,1:1 of 1,3:1 is, is niet cruciaal. De nauwkeurigheid van de SWR-waarde wordt bepaald door hoe goed de metingen van de voorwaartse en achterwaartse aflezing overeenkomen. Bij elke SWR-meter zouden de SWR-waarden dus redelijk dicht bij elkaar moeten liggen. Waar nauwkeurigheid wel een rol speelt, is het aangegeven voorwaartse vermogen. Als de meter 100 watt aangeeft, is het werkelijke vermogen dan 90 watt, 100 watt of 110 watt? In de praktijk is een nauwkeurigheid van 10% voldoende. Zelfs de beste SWR-meters hebben een nauwkeurigheid van slechts ongeveer 5%.
Een dummy load wordt gebruikt om de werking van een zender te controleren en kan ook worden gebruikt om de SWR-meter te controleren. Een goede dummy load zou een SWR van ongeveer 1,1:1 moeten laten zien over het gehele werkingsbereik. Als uw SWR-meter plotseling een SWR van 5:1 aangeeft met de dummy load, is de kans groot dat de meter of de dummy load defect is. Als de SWR van uw antenne plotseling drastisch verandert, controleert u dit met de dummy load. Als die meting in orde is, is er iets mis met het antennesysteem.
Het afstellen van een antenne met een SWR-meter is eenvoudig met een antennetuner. Je stemt simpelweg af op de laagste SWR (laagste gereflecteerde vermogen). Het afstellen van een antenne op de plek waar je hem installeert, betekent dat je de lengte (of spoelaftakking, of condensator) aanpast om een lage SWR te verkrijgen over het gewenste frequentiebereik.
Een SWR-meter is geen laboratoriuminstrument en voor amateurgebruik is een nauwkeurigheid van 10% voldoende. Het gebruik van de meter vereist veel lezen in het ARRL Handbook en Antenna Book (en andere informatiebronnen) en veel praktische ervaring. Om problemen in antennesystemen te kunnen diagnosticeren aan de hand van SWR-metingen, is een goed begrip van antenneprincipes en logisch probleemoplossend vermogen vereist.
Termen die gebruikt worden in de communicatie wereld
- 27MHz - Frequentieband (Citizen Band).
- AM (Amplitude Modulatie) - Een type modulatie dat gebruikt wordt door CB-radio's, waarbij de amplitude van de draaggolf wordt gevarieerd.
- Antenne - Apparaat dat radiogolven uitzendt en ontvangt.
- Channel (kanaal) - Specifieke frequentie binnen een band waarop gecommuniceerd kan worden
- CTCSS (Continuous Tone-Coded Squelch System) - Systeem dat subtiele tonen gebruikt om ongewenste communicatie buiten te sluiten.
- DCS (Digital-Coded Squelch) - Een digitale versie van CTCSS, waarbij digitale codes gebruikt worden om ongewenste communicatie te filteren.
- Duplex - Communicatie waarbij twee frequenties gebruikt worden, één voor zenden en één voor ontvangen, vaak gebruikt in repeater systemen
- Frequentie - Een frequentie bijv. 118.230 MHz waarop gecommuniceerd wordt.
- Frequentieband - Een specifiek bereik (band) met frequenties. Bijvoorbeeld 108 tot 400 MHz is de Airband hierop zit alle luchtvaart communicatie, zo heb je voor elke sector een frequentieband.
- Gain - Versterking van een signaal, vaak uitgedrukt in decibels (dB).
- Impedantie - Weerstand van een circuit tegen wisselstroom, vaak uitgedrukt in ohm (Ω).
- Modulatie - Proces waarbij een signaal wordt gemoduleerd om informatie over te dragen. Veelgebruikte typen zijn AM (Amplitude Modulatie) en FM (Frequentie Modulatie).
- PL (Private Line) - Motorola's merknaam voor CTCSS. Maar ook een aanduiding voor een PL-259 (UHF-Male) connector.
- Propagation - Hoe radiogolven zich voortbewegen door de atmosfeer.
- Repeater - Een apparaat dat een ontvangen signaal opnieuw uitzendt op een andere frequentie, wat het bereik van communicatie vergroot.
- RF (Radio Frequency) - De frequenties van elektromagnetische golven die gebruikt worden voor radiocommunicatie.
- Scan - Een functie waarmee je kunt scannen naar frequenties waarop communicatie te horen is.
- Simplex - Communicatie waarbij dezelfde frequentie gebruikt wordt voor zowel zenden als ontvangen.
- Skip - Verschijnsel waarbij radiogolven door de ionosfeer weerkaatsen en daardoor over grote afstanden reizen.
- SSB (Single Side Band) - Een variant van AM modulatie die efficiënter is in bandbreedte en vermogen
- Squelch - Instelling die achtergrondruis vermindert door het uitschakelen van de audio wanneer er geen signaal ontvangen wordt.
- SWR (Standing Wave Ratio) - Verhouding die aangeeft hoe goed een antenne is afgestemd op de zenderfrequentie.
- UHF (Ultra High Frequency) - Frequentieband van 300 MHz tot 3 GHz, gebruikt voor televisie-uitzendingen, mobiele telefoons, en twee-weg radio's.
- VHF (Very High Frequency) - Frequentieband van 30 MHz tot 300 MHz, vaak gebruikt voor FM-radio, televisiezenders en maritieme communicatie.
- Wavelength - De afstand tussen twee pieken van een golf, vaak gemeten in meters